De Amerikaanse spot-bitcoin ETF’s noteren een historische reeks van vijf weken met netto-uitstroom. In totaal stroomde zo’n $3,8 miljard weg, ongeveer €3,5 miljard tegen de huidige koers. Dat drukt op het marktsentiment rond Bitcoin (BTC). De uitstroom vond vooral plaats op grote Amerikaanse beurzen.
Vijf weken netto-uitstroom
De uitstroom loopt over een periode van vijf aaneengesloten weken en is de grootste sinds de lancering van spot-bitcoin ETF’s in januari 2024. Het gaat om fondsen die direct worden gedekt door echte bitcoin. Zulke producten gelden als belangrijke graadmeter voor de interesse van traditionele beleggers. Minder instroom betekent minder directe vraag naar BTC via deze route.
Netto-uitstroom: $3,8 miljard in vijf weken — de langste negatieve reeks sinds de introductie van spot-bitcoin ETF’s in januari 2024.
De reeks laat zien dat vraag en aanbod bij gereguleerde producten snel kunnen draaien. Instroom en uitstroom bewegen vaak mee met koersschommelingen, maar ze kunnen die ook versterken. Cijfers en duiding zijn gebaseerd op een analyse van CoinDesk van dagelijkse fondsstromen.
Hoewel de totale markt voor digitale assets is gegroeid, blijft de rol van deze Amerikaanse fondsen groot. Ze vormen voor veel beleggers een eenvoudige manier om BTC te volgen zonder een eigen wallet. Daardoor wegen hun stromen zwaarder mee in het bredere marktsentiment.
GBTC weegt het zwaarst
Het merendeel van de uitstroom komt uit het Grayscale Bitcoin Trust (GBTC). Dit fonds zette bij zijn conversie naar ETF een flinke hoeveelheid bestaand vermogen om, waardoor er veel oude posities zijn die nog steeds worden afgebouwd. Daardoor kan de dagelijkse uitstroom daar relatief groot zijn. Het effect is zichtbaar in de totaalcijfers.
Daarnaast liggen de kosten bij GBTC hoger dan bij verschillende rivalen. Lagere kosten kunnen op termijn beleggers lokken naar alternatieve fondsen. Dat verschuift het geld binnen de ETF-markt, zonder dat er per se nieuwe instroom naar BTC bijkomt. Het netto-effect kan dus alsnog negatief uitpakken voor de totale sector.
Ondanks deze uitstroom blijven de handelsvolumes in het fonds aanzienlijk. Hoge volumes betekenen dat beleggers snel kunnen handelen, maar ze zeggen niets over de richting van het geld. Voor het markteffect tellen vooral de dagelijkse netto-instroom of -uitstroom per fonds.
Instroom bij rivalen onvoldoende
Concurrenten zoals BlackRock’s iShares Bitcoin Trust (IBIT) en Fidelity’s Wise Origin Bitcoin Fund (FBTC) zagen in delen van de periode wel instroom. Die instroom was echter niet genoeg om het gat van de totale uitstroom te dichten. Per saldo bleven de gezamenlijke stromen negatief. Daardoor bouwde de reeks van vijf weken zich op.
Ook andere fondsen, zoals ARK 21Shares, noteerden wisselende dagen met kleine instroom en uitstroom. Zulke verschuivingen horen bij een markt die nog aan het inregelen is. Het laat zien dat beleggers actief posities herschikken tussen aanbieders. De richting van het totaal bepaalt uiteindelijk het effect op BTC.
Wanneer de instroom bij de goedkopere fondsen toeneemt, kan het beeld snel kantelen. Maar zolang de uitstroom bij de grootste wegloper aanhoudt, blijft het nettoresultaat onder druk. Dat is precies wat in deze vijf weken gebeurde.
Hoe ETF-stromen doorwerken
Een spot-bitcoin ETF koopt of levert echte BTC wanneer er nieuwe aandelen worden uitgegeven of ingenomen. Bij instroom moet de beheerder bitcoin aankopen om de dekking op peil te houden. Bij uitstroom komt BTC vrij, die door marktpartijen kan worden verkocht of verplaatst. Zo raken fondsstromen direct de vraag en het aanbod op de markt.
Die koppeling versterkt het signaal uit de ETF-markt. Zeker tijdens Amerikaanse handelsuren kan dat de liquiditeit beïnvloeden. Hogere verkoopdruk uit fondsen kan de prijs extra gevoelig maken voor nieuws of macro-economie. Omgekeerd kan sterke instroom de koopzijde juist ondersteunen.
Toch blijft het verband tussen fondsstromen en prijs niet één-op-één. Beleggers handelen ook via spotbeurzen, derivaten en OTC-kanalen. Een dag met uitstroom kan samenlopen met andere factoren, zoals renteverwachtingen of risicosentiment. Daarom kijken analisten vooral naar trends over meerdere weken.
Europese context voor Nederlanders
Europa kent al jaren crypto-ETP’s op beurzen zoals Deutsche Börse Xetra en de SIX Swiss Exchange. De volumes zijn daar kleiner dan in de VS, maar de producten werken vergelijkbaar: ze volgen BTC via directe dekking. Voor Nederlandse beleggers zijn deze ETP’s toegankelijk via reguliere brokers. Dat biedt een gereguleerde route naast het direct kopen van BTC bij een exchange.
De Amerikaanse markt zet vaak de toon voor wereldwijde stromen. Grote netto-uitstroom in de VS kan daardoor merkbaar zijn in Europese handelsuren. Dit werkt vooral door in liquiditeit en spreads. Beleggers kunnen dan hogere kosten ervaren bij aan- en verkoop.
Let op dat ETF’s in de VS en ETP’s in Europa onder verschillende regels vallen. Prospectus- en bewaarvereisten kunnen per product verschillen. Ook kosten en trackingverschillen lopen uiteen. Vergelijken loont dus, zeker in een periode met snelle verschuivingen in fondsstromen.
Risico’s en aandachtspunten
Fondsen met directe BTC-dekking bewegen één-op-één mee met de koers, minus kosten. Die kosten en eventuele kortingen of premies ten opzichte van de onderliggende bitcoin maken verschil in rendement. In tijden van uitstroom kan liquiditeit tijdelijk verslechteren. Dat vergroot het risico op grotere prijsschommelingen.
Daarnaast spelen operationele keuzes van fondsen mee, zoals het type bewaarnemer en de handelsvensters. Niet elk fonds hanteert dezelfde werkwijze bij creaties en redempties. Dat kan de snelheid en impact van stromen beïnvloeden. Transparantie hierover helpt beleggers om producten te vergelijken.
De kern blijft dat vijf weken aan netto-uitstroom een duidelijke trend tonen in institutionele vraag via ETF’s. Zolang die trend negatief is, blijft de vraagdruk vanuit deze hoek laag. Marktdeelnemers volgen daarom vooral of en wanneer de gezamenlijke stromen weer positief draaien. Dat is het kantelpunt waar de sector naar kijkt.

