De Belastingdienst gaat vanaf 2028 vermogen in box 3 anders belasten. Spaargeld, aandelen en crypto zoals Bitcoin (BTC) en Ethereum (ETH) worden dan op werkelijk rendement aangeslagen. Dat raakt Nederlandse beleggers bij platforms als Bitvavo, DEGIRO en internationale exchanges met EU-licentie. Het doel is een eerlijker heffing na rechtszaken over het oude systeem.
Nieuw stelsel start 2028
Het kabinet wil in 2028 overstappen naar belasting op echt behaalde opbrengst in box 3. Nu werkt Nederland nog met een tijdelijke methode met vaste aannames per vermogenscategorie. Die overgangsregels blijven gelden tot het nieuwe stelsel ingaat. Met de wijziging komt de heffing dichter bij de werkelijke situatie van spaarders en beleggers.
In het nieuwe stelsel wordt per soort vermogen gekeken naar de echte uitkomst. Bij spaargeld telt de ontvangen rente, bij beleggingen en crypto telt de waardeverandering. Dat pakt anders uit dan de huidige forfaits, vooral in jaren met grote koersschommelingen. De Belastingdienst verwacht hierdoor minder scheefheden tussen spaarders en beleggers.
De verandering volgt op uitspraken van de Hoge Raad over het oude box 3-stelsel. Daarin betaalden mensen soms belasting over rendement dat ze niet hadden behaald. Met werkelijk rendement moet dat worden voorkomen. De wetgeving wordt nu verder uitgewerkt voor invoering per 2028.
Crypto en aandelen jaarlijks belast
Voor beursgenoteerde aandelen en digitale assets zoals BTC en ETH wordt straks jaarlijks gekeken naar de waarde aan het einde van het jaar. Koerswinst telt mee als inkomen, ook zonder verkoop. Koersverlies verlaagt het inkomen in box 3 binnen de regels van de wet. Dit maakt het systeem gevoeliger voor volatiliteit op beurzen en in crypto.
Handelaars op Bitvavo, Coinbase Europe of internationale platforms met EU-toestemming krijgen te maken met rapportages die dit ondersteunen. Jaaroverzichten en transactiedata worden belangrijker voor de aangifte. Ook de administratie van wallets buiten beurzen moet op orde zijn. Zonder goede documentatie wordt aantonen van verliezen lastiger.
Vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting over de groei van je vermogen, zoals rente, dividend en waardestijgingen van beleggingen en crypto, ook als je niet verkoopt.
Spaargeld telt echte rente
Voor spaarrekeningen en deposito’s wordt de werkelijk ontvangen rente belast. Dat sluit beter aan bij de ervaring van spaarders, zeker als rentes dalen of stijgen. De belastingdruk volgt dan de spaarrente in plaats van een gemiddelde aanname. Hierdoor kan de heffing op spaargeld lager of hoger uitvallen dan nu.
Banken leveren al veel gegevens aan de Belastingdienst. Met het nieuwe stelsel wordt die koppeling belangrijker voor de aangifte. Spaarders hoeven minder te schatten en hebben baat bij kloppende jaaropgaven. Rente-bonussen en actietarieven tellen ook mee in het totaal.
Voor gecombineerde vermogens verandert de weging tussen spaargeld en beleggingen. Een groter aandeel spaargeld betekent meer nadruk op rente in de heffing. Meer aandelen of crypto betekent meer invloed van koersschommelingen. Zo verschuift de uitkomst met de gekozen vermogensmix.
EU-rapportage verscherpt toezicht
Europese regels verplichten cryptodiensten om klantgegevens en opbrengsten te melden aan belastingdiensten. Dit gebeurt onder de nieuwe DAC8-rapportage. Nederlandse beleggers bij Europese aanbieders krijgen daardoor meer transparantie richting de Belastingdienst. Dat verkleint de ruimte voor foutjes of weglaten bij de aangifte.
Grote spelers zoals Bitvavo en Kraken werken al met uitgebreide klantcontrole. Met DAC8 worden ook buitenlandse partijen binnen de EU aan dezelfde plicht gebonden. Gegevens over aan- en verkopen, staking-opbrengsten en fees kunnen worden uitgewisseld. Dit helpt de Belastingdienst bij het controleren van opgegeven rendement.
Voor gebruikers betekent dit dat jaaroverzichten en exportbestanden van transacties centraal staan. Zelf bijhouden van on-chain wallets blijft nodig als je buiten exchanges handelt. De fiscus vergelijkt aangeleverde data en je aangifte. Afwijkingen leiden sneller tot vragen of een correctie.
Overgang tot 2028 blijft
Tot de invoering in 2028 blijft de tijdelijke box 3-systematiek gelden. Daarin gebruikt de Belastingdienst forfaitaire rendementen per categorie: banktegoeden, schulden en overige bezittingen. Crypto valt nu onder ‘overige bezittingen’ en volgt dus een apart vastgesteld percentage. Die percentages worden jaarlijks geactualiseerd op basis van marktcijfers.
De uitkomst kan daardoor per jaar flink verschillen, zeker voor bezitters van digitale valuta. In rustige jaren wijkt het forfait mogelijk af van je eigen ervaring. In beweeglijke jaren kan het verschil juist kleiner of groter uitpakken. De echte omslag naar werkelijke uitkomsten volgt pas in 2028.
Wie meerdere rekeningen en wallets heeft, doet er goed aan alle gegevens te verzamelen. Jaaropgaven van banken, brokers en exchanges vormen de basis. Voor crypto buiten beurzen zijn eigen exports en momentopnames rond jaarultimo nodig. Zo sluit je straks aan op het nieuwe box 3-stelsel met bewijs op dossier.
Impact voor Nederlandse beleggers
De nieuwe aanpak maakt de belasting op digitale assets directer en minder voorspelbaar. Stijgt de waarde eind december, dan telt dat meteen mee. Daalt de markt, dan werkt dat juist verlagend. Timing rond jaarultimo kan zo zichtbaar doorwerken in box 3.
Voor platforms betekent het meer nadruk op correcte rapportage en klantgegevens. Verwacht strakkere jaaroverzichten en extra controles op identiteit en herkomst van fondsen. Nederlandse beleggers krijgen daardoor beter materiaal voor hun aangifte. Maar ook minder speelruimte om rendement onzichtbaar te laten.
De Belastingdienst mikt met 2028 op een systeem dat duidelijker en juridisch steviger is. Dat geeft spaarders, aandeelhouders en cryptobeleggers gelijke spelregels per categorie. De keerzijde is meer administratie en mogelijk grotere schommelingen in de aanslag. Die realiteit hoort bij heffen op basis van werkelijke uitkomsten.

