De Amerikaanse Senaat schuift nieuwe cryptowetgeving op de lange baan. Behandeling van het marktstructuurvoorstel FIT21 en een aparte stablecoin-wet gaat niet door zolang de verkiezingskalender domineert. Wetgevers richten zich eerst op begroting en benoemingen. Daardoor blijven regels voor Bitcoin (BTC), Ethereum (ETH) en grote exchanges als Coinbase en Kraken in de wacht.
Senaat plant geen stemming
Er komt voorlopig geen Senaatsstemming over twee kernvoorstellen voor digitale assets. Het Huis van Afgevaardigden nam FIT21 eerder met steun uit beide partijen aan, maar zonder Senaat wordt het geen wet. Ook het aparte stablecoin-kader haalt de Senaatsagenda niet. Aan het einde van de zittingsperiode vervallen voorstellen en moeten ze opnieuw worden ingediend.
De voorzitter van de Senaatscommissie die over banken en markten gaat, bepaalt of een voorstel wordt behandeld. Zonder hoorzittingen of een zogeheten “markup” stokt het proces. Dat is nu het geval voor zowel FIT21 als de stablecoin-wet. Hierdoor blijft de Amerikaanse marktstructurele aanpak van crypto onduidelijk.
De gevolgen reiken tot beurzen, wallet-aanbieders en uitgevers van digitale munten. Zij wachten op heldere definities en een vaste route naar registratie. Zolang die ontbreekt, blijven ze werken met bestaande, versnipperde regels en rechtspraak. Dat zorgt voor hogere kosten en uitstel van productlanceringen.
- FIT21: marktstructuur en rolverdeling toezichthouders
- Stablecoin-wet: kapitaal- en toezichtseisen voor uitgevers
Verkiezingsdruk slokt agenda op
In een verkiezingsjaar krijgt alleen dringende wetgeving zendtijd in de Senaat. Denk aan het voorkomen van een begrotingscrisis en het afhandelen van benoemingen. Partijleiders mijden omstreden dossiers die campagnes kunnen verstoren. Crypto valt daardoor buiten de prioriteitenlijst.
Er is meestal een korte “lame-duck”-periode na de verkiezingen, maar die is bedoeld voor consensusstukken. Grote, technische wetten als FIT21 vergen debatten, aanpassingen en nieuwe doorrekeningen. Dat past zelden in de beperkte tijd. De kans op doorschuiven naar een nieuwe congresronde neemt zo toe.
Voor bedrijven betekent dit nog maanden van afwachten. Compliance-teams plannen nu met onzekerheidsmarges. Dat raakt onder meer markttoegang voor nieuwe tokens, DeFi-diensten en custody-oplossingen. Het tempo van innovatie blijft daarmee afhankelijk van rechtsonduidelijkheid in de VS.
FIT21 herdeelt het toezicht
FIT21 wil vastleggen welke digitale assets onder de CFTC vallen en welke onder de SEC. In gewone taal: handelsplatformen met “digitale grondstoffen” zouden vooral bij de CFTC horen, terwijl echte effect-achtige tokens onder SEC-regels vallen. Het voorstel geeft criteria voor decentralisatie en openbaartaken voor uitgevers. Zo moet duidelijk worden wanneer een token een effect is en wanneer een commodity.
Voor Bitcoin en mogelijk Ethereum zou dit vooral CFTC-toezicht betekenen. Exchanges zoals Coinbase en Kraken krijgen dan een pad naar registratie voor spot- en derivatenmarkten. Dat kan liquiditeit en beleggersbescherming verbeteren. Zonder wet blijft die route echter fragmentarisch en per zaak verschillend.
Het Witte Huis uitte eerder bezwaren over beleggersbescherming in conceptteksten, zonder formele steun te geven. Tegelijk wil de industrie juist rechtszekerheid om investeringen op te schalen. Dit spanningsveld is niet opgelost zolang de Senaat niet stemt. Het dossier blijft daarmee politiek gevoelig én juridisch onduidelijk.
Stablecoin-kader blijft onbeslist
De beoogde stablecoin-wet draait om harde reserve-eisen, toezicht en rapportages voor uitgevers. Het gaat dan om munten zoals USDC van Circle, die aan de dollar is gekoppeld. In het Huis lag een compromis dichterbij, maar de Senaat zette geen vervolgstappen. Discussies over de rol van de Federal Reserve en staatstoezicht hielden aan.
Een stablecoin is een digitale munt die is gekoppeld aan een valuta, meestal de dollar of euro, met als doel een stabiele waarde te houden via reserves.
Zonder federale wet blijven de VS leunen op staatslicenties en handhaving achteraf. Dat zorgt voor verschillen per jurisdictie en juridische grijze zones. Uitgevers en beurzen moeten daardoor met meerdere regelpakketten rekening houden. Internationale acceptatie van dollar-stablecoins profiteert niet van deze onzekerheid.
Voor Europese lezers is de vergelijking helder: onder MiCA gelden sinds 2024 strikte regels voor stablecoins binnen de EU. Uitgevers hebben kapitaaleisen, toezicht en limieten op niet-euromunten in betalingsverkeer. Dit geeft banken, betaalinstellingen en beurzen hier een duidelijk kader. In de VS ontbreekt zo’n landelijk raamwerk nog.
Effect op Nederland en Europa
Nederlandse partijen met Amerikaanse activiteiten, zoals beurzen en custodians, houden rekening met vertraging. Het gaat bijvoorbeeld om noteringen van tokens die in de VS mogelijk als effecten gelden. Ook samenwerking met Amerikaanse liquidity-providers kan extra juridische controles vragen. De kosten en doorlooptijden blijven daardoor hoger.
In de EU biedt MiCA inmiddels één paspoort voor cryptodiensten. De AFM en DNB houden toezicht op Nederlandse aanbieders met die vergunning. Dat vergroot voorspelbaarheid voor producten als staking, bewaarportefeuilles en euro-stablecoins. Deze duidelijkheid ontbreekt nu aan Amerikaanse zijde.
Voor gebruikers verandert op korte termijn weinig: diensten blijven beschikbaar binnen bestaande kaders. Wel blijft het regelgevingsrisico in de VS een factor voor liquiditeit en listings. Dat kan indirect invloed hebben op handelsparen en kosten. Zonder Senaatsstemming komt er geen federale cryptowet in de Verenigde Staten.

