Handelaren zien deze week signalen van zwakte bij Bitcoin (BTC). Een bekende momentumindicator draait omlaag, terwijl afdekkingen in derivaten toenemen. Ook de instroom in spot-ETF’s lijkt te haperen. Dat kan de handel in Europa en de VS onrustiger maken.
RSI wijst op minder kracht
De Relative Strength Index (RSI) laat afnemende koopkracht zien ten opzichte van vorige weken. Op dag- en vieruursgrafieken signaleert de indicator minder momentum. Dat past bij een markt die zijwaarts beweegt met kleine dips.
Veel handelaren letten op zogenaamde “divergenties”. Dat is wanneer de koers nog stijgt, maar de RSI meebuigt omlaag. Zo’n verschil kan duiden op uitgeputte vraag.
De RSI meet de snelheid en richting van prijsbewegingen. Waardes onder 50 worden vaak gezien als een teken van zwakte.
Als de RSI verslechtert, nemen traders vaker winst of beperken ze risico. Spotorderboeken op beurzen als Coinbase en Kraken laten dan soms dunnere diepte zien. In Europa zien we dat ook terug in euro-paren, bijvoorbeeld bij Bitvavo.
Futures-data draait koeler
In de derivatenmarkt wijzen signalen op meer voorzichtigheid. Funding rates op grote platforms, zoals Binance en Bybit, bewegen naar neutraal of lager. Dat betekent dat de drang naar longposities afzwakt.
Ook het open interest blijft hoog terwijl de koers nauwelijks beweegt. Die combinatie vergroot de kans op plotselinge liquidaties. Een kleine tik kan dan een kettingreactie veroorzaken.
De premie van futures ten opzichte van spot krimpt soms in rustige uren. Dat wijst op minder vraag naar hefboom. Voor Europese particulieren zijn hoge hefbomen vaak beperkt beschikbaar, maar het risico blijft bestaan.
- RSI onder 50: minder momentum
- Neutrale/negatieve funding: minder longdruk
- Hoog open interest: meer liquidatierisico
- Krappere futures-premie: minder vraag naar hefboom
Instroom in spot-ETF’s hapert
De Amerikaanse spot-ETF’s, zoals iShares IBIT en Fidelity FBTC, waren dit jaar een belangrijke bron van koopdruk. De dagstromen zijn echter grillig geworden. Een pas op de plaats of uitstroom verlaagt de vraag naar spot-BTC.
In Europa bestaan al langer Bitcoin-ETP’s, onder meer op Xetra en Euronext. De volumes zijn kleiner, maar wel relevant voor professionele partijen. Minder instroom kan de liquiditeit rond openingstijden van Europese beurzen drukken.
Als ETF-aanbieders netto-uitstroom zien, verkopen gemachtigde partijen onderliggende BTC. Dat kan extra aanbod geven op spotbeurzen. Vooral rond overlappende handelsuren met de VS kan dat merkbaar zijn.
Macro zet tegenwind op
Een sterkere dollar en hogere rentes zijn doorgaans ongunstig voor risicovolle beleggingen. Dat weegt ook op digitale valuta. Bitcoin reageert vaak op schommelingen in de obligatiemarkt.
Nieuwe inflatiecijfers of arbeidsdata kunnen de volatiliteit verhogen. De invloed is indirect, via risicobereidheid bij beleggers. In kalme uren werkt een lagere liquiditeit kleine bewegingen soms uit tot grotere uitslagen.
Bij brede risicomijding dalen altcoins en memecoins vaak sneller dan BTC. Ook Dogecoin (DOGE) kan dan extra volatiel zijn. Een zwakke BTC-markt zet vaak de toon voor de rest van de markt.
Nederlandse regels en aandachtspunten
In Nederland waarschuwen AFM en DNB al jaren voor hoge volatiliteit en complexiteit in crypto. MiCA brengt extra eisen voor cryptodienstverleners in de EU. Dat raakt onder meer registratie, klantbescherming en informatieplichten.
Platforms als Bitvavo (euro-spot) en internationale spelers als Coinbase en Kraken vallen onder strengere kaders. Voor derivaten gelden aparte beperkingen en risico’s. Niet elke dienst is in elk EU-land beschikbaar.
Bankoverschrijvingen en iDEAL-stortingen kunnen extra controles kennen bij piekdrukte. Dat is bedoeld om fraude en witwassen te voorkomen. In perioden van stress kan geld in- of uitboeken daardoor langer duren.
Wie actief handelt, kijkt vaker naar liquiditeit en orderboekdiepte. Smalle orderboeken vergroten het risico op slippage. Dat risico neemt toe bij macro-nieuws of wanneer ETF-stromen draaien.

