Grote beleggers blijven voorlopig terughoudend met Bitcoin (BTC). Ondanks de komst van spot-ETF’s in de VS en een Europese variant in Amsterdam, stroomt het grote geld niet massaal in. De combinatie van hoge volatiliteit, strenge regels en aantrekkelijk rendement op obligaties remt de vraag. Daarmee komt de status van ‘digitaal goud’ onder druk te staan.
Goud pakt de veilige rol
Beleggers die bescherming zoeken, kiezen op dit moment vaker voor fysiek goud dan voor bitcoin. Goud heeft een lange historie als waardeopslag en schommelt minder op korte termijn. Dat past beter bij fondsen die risico’s strak moeten beheersen.
Bitcoin beweegt sterk mee met macro-economie en risicosentiment. Bij onverwachte rente- of inflatiecijfers kan BTC stevig stijgen of dalen op dezelfde dag. Voor defensieve portefeuilles is dat lastig in te passen.
Hierdoor verschuift in multi-assetfondsen een deel van de verdedigende allocatie eerder naar goud en staatsobligaties dan naar digitale assets. De vergelijking met ‘digitaal goud’ overtuigt deze groep op dit moment minder.
ETF’s zijn geen wondermiddel
Spot-ETF’s in de VS verlagen de drempel voor grote beleggers, met bekende beheerders als BlackRock en Fidelity. Toch blijven de instromen grillig en wisselen periodes van aan- en uitstroom elkaar af. Een gemakkelijkere toegang verandert het risicoprofiel van bitcoin niet.
In Europa is op Euronext Amsterdam de Jacobi FT Wilshire Bitcoin ETF (tickersymbool BCOIN) beschikbaar. Het biedt een gereguleerd vehikel, maar het handelsvolume blijft vooralsnog bescheiden vergeleken met de Amerikaanse markt. Europese fondsen testen, maar schalen niet massaal op.
Voor veel instellingen blijft custody, rapportage en liquiditeit doorslaggevend. Zolang die pijlers niet op hetzelfde niveau liggen als bij traditionele markten, blijft de rol van ETF’s ondersteunend maar niet doorslaggevend.
‘Digitaal goud’ betekent dat bitcoin op lange termijn waarde zou behouden en beschermen tegen inflatie, vergelijkbaar met fysiek goud. In de praktijk toetsen grote beleggers dit aan volatiliteit, liquiditeit en gedrag in crises.
Rente maakt cash aantrekkelijk
De hogere rente in de VS en Europa biedt een eenvoudig alternatief voor risicoarme rendementen. Geldmarktfondsen en korte staatsobligaties leveren stabiele inkomsten met lage schommelingen. Voor treasury-afdelingen is dat aantrekkelijker dan een volatiele asset.
Zo lang centrale banken de rente hoog houden, weegt de opportuniteitskost van een bitcoinpositie zwaarder. Dat remt rebalancing uit obligaties of cash naar digitale assets. Pas bij structureel lagere rente kan die vergelijking verschuiven.
Voor Europese beleggers tellen bovendien valutabewegingen mee. Wisselkoersrisico’s tussen euro en dollar vergroten de drempel om in BTC te stappen via Amerikaanse instrumenten.
Volatiliteit past niet bij mandaten
Veel pensioenfondsen en verzekeraars werken met strikte risicokaders en VaR-limieten. Bitcoin past daar vaak niet in, door grote dagbewegingen en mogelijke liquiditeitsschokken. Daardoor blijft de allocatie, als die er al is, minimaal.
Toezichthouders als AFM en DNB benadrukken al jaren de risico’s van digitale assets voor consumenten en instellingen. Die waarschuwingen wegen mee in beleggingscommissies en governance. Voorzichtige beleidskeuzes vertragen instroom.
Ook operationele eisen spelen mee: betrouwbare bewaring, audittrail en duidelijke prijsontdekking. Weekendreposities en spreads tijdens lage liquiditeit vergroten het uitvoeringsrisico voor grote tickets.
Nederland kijkt nog de kat uit
Particuliere handel verloopt via platforms als Bitvavo en internationale exchanges, maar institutionele allocaties in Nederland zijn schaars. De meeste grote fondsen blijven observeren en testen vooral processen en rapportage. Ze kiezen eerder voor kennisopbouw dan voor directe blootstelling.
De Europese MiCA-regels worden gefaseerd ingevoerd in 2024–2025. Dat kan zorgen voor heldere spelregels rond aanbieders en stablecoins, maar neemt marktvolatiliteit niet weg. Voor instellingen verandert daarmee vooral de juridische duidelijkheid, niet het marktrisico.
De in Amsterdam genoteerde spot-bitcoin-ETF biedt een lokaal toegangspunt, maar blijft niche. Zonder stabielere marktdynamiek en bredere liquide tegenpartijen blijft het grote geld afwachtend, en krijgt goud voorlopig de voorkeur.

