De vraag naar Bitcoin (BTC) groeit sneller dan het nieuwe aanbod op de markt. Dit komt vooral door de halvering van april 2024 en de blijvende instroom in Amerikaanse spot-ETF’s. Daardoor ontstaat krapte in de spotmarkt, waar echte bitcoins worden gekocht en verkocht. Nederlandse en Europese beleggers merken dit via hogere prijsgevoeligheid en wisselende liquiditeit.
ETF-instroom overtreft nieuwe uitgifte
Sinds de lancering in januari 2024 trekken Amerikaanse spot-ETF’s, zoals die van BlackRock en Fidelity, regelmatig grote netto-instroom aan. Op meerdere handelsdagen lag die instroom hoger dan het aantal nieuwe BTC dat dagelijks wordt gemijnd. Dat betekent dat ETF-aanbieders meer BTC moeten inkopen dan er bij komt. De markt moet dan verkopers vinden onder bestaande houders.
Een spot-ETF koopt echte bitcoins in en slaat die op bij een bewaarder, vaak via partijen als Coinbase Custody. Dat creëert directe koopdruk in de spotmarkt in plaats van alleen papieren blootstelling. Het is dus een structurele bron van vraag die niet op dagbasis kan worden genegeerd. Als er weinig verkopers zijn, kan de prijs sneller bewegen.
Meerdere aanbieders concurreren om aanbod, waaronder BlackRock iShares (IBIT), Fidelity (FBTC) en ARK 21Shares. Zij gebruiken aangewezen partijen die BTC aan- en afvoeren voor het fonds. Dit proces werkt door in orderboeken op grote beurzen en bij OTC-desks. Zo koppelt de ETF-stroom direct aan de liquide spotmarkt.
Halving halveert het dagelijkse aanbod
De halvering is een ingebouwd moment in de Bitcoin-software waarbij de beloning voor miners ongeveer elke vier jaar halveert. In april 2024 vond de vierde halvering plaats. Daarmee wordt de snelheid waarmee nieuwe BTC in omloop komen blijvend lager. Dat maakt de munt schaarser in de tijd.
Na de halvering van april 2024 daalde de blokbeloning van 6,25 naar 3,125 BTC per blok, waardoor de dagelijkse uitgifte grofweg halveerde.
Door de lagere beloning moeten miners hun verkoopstrategie soms aanpassen. Sommigen verkopen een deel van hun opbrengst om operationele kosten te dekken. Anderen kiezen ervoor reserves op te bouwen in afwachting van gunstiger prijzen. In alle gevallen is er simpelweg minder verse BTC om te verkopen.
De combinatie van doorlopende ETF-vraag en een gehalveerde uitgifte verscherpt de balans van vraag en aanbod. Als de koopvraag hoger ligt dan de nieuwe productie, moet de markt bestaande houders verleiden om te verkopen. Dat kan de prijsvorming gevoeliger maken voor nieuwe informatie. Ook kan nieuws sneller doorwerken in de koers.
Voorraad op beurzen krimpt langzaam
Analysebureaus signaleren al langer dat de BTC-voorraad op centrale beurzen geleidelijk daalt. Meer coins verdwijnen naar eigen wallets of institutionele bewaring. Dat vermindert het direct beschikbare aanbod in orderboeken. Het gevolg is dat grote orders meer prijsimpact kunnen hebben.
Wanneer orderboeken dun zijn, nemen schommelingen toe bij plotselinge vraag of aanbod. Kleine veranderingen in koop- of verkoopdruk kunnen dan grotere bewegingen geven. Dat is vooral merkbaar rond macro-nieuws of ETF-flows. Voor particuliere kopers vergroot dit het risico op slip en volatiliteit.
Liquiditeit verschilt per handelsplaats en per valutapaar. USD-markten zijn vaak dieper dan EUR-paren. Nederlandse gebruikers die via euro handelen, bijvoorbeeld op Bitvavo of Kraken, kunnen daardoor andere dynamiek ervaren dan op dollarbeurzen. Vergelijk daarom spreads, diepte en kosten per platform.
Europa koopt via ETP’s en brokers
In Europa bieden gereguleerde ETP’s op beurzen zoals Xetra (Duitsland) en SIX (Zwitserland) toegang tot BTC. Aanbieders als 21Shares en VanEck houden daarvoor onderliggende bitcoins aan. Daarnaast kopen Nederlanders rechtstreeks BTC bij platforms als Bitvavo of via internationale exchanges. Zo ontstaat zowel een financiële als een fysieke vraaglaag in Europa.
De Europese MiCA-regels voor cryptodienstverleners worden tussen 2024 en 2025 ingevoerd. Die maken eisen aan onder meer transparantie en organisatie van aanbieders. Voor gebruikers betekent dat duidelijkere informatie en toezicht op dienstverlening. Het verandert niets aan de schaarste van BTC, maar wel aan de route waarlangs je die koopt.
Nederlandse beleggers moeten ook rekening houden met regelgeving rond klantonderzoek en fiscale verwerking. Aankoop via SEPA of iDEAL loopt via partijen die aan Europese regels voldoen. Dat vergroot de toegankelijkheid, maar kan de aan- en verkoopkosten en doorlooptijd beïnvloeden. In een krappe markt tellen die details mee.
Krap aanbod vergroot prijsimpact
Als de netto koopvraag hoger is dan de nieuwe uitgifte, moet de markt het verschil uit bestaande voorraden halen. Wanneer langetermijnhouders weinig verkopen, wordt die voorraad praktisch kleiner. De prijs kan dan sneller verschuiven om nieuwe verkopers te vinden. Dat maakt BTC gevoeliger voor pieken in de vraag.
In zulke fases kan de derivatenmarkt schommelingen versterken. Hefboomposities worden bij sterke bewegingen automatisch geliquideerd. Dat voegt extra koop- of verkoopdruk toe bovenop de spotmarkt. De dynamiek kan daardoor in korte tijd omkeren.
Voor alle typen kopers en verkopers geldt: liquiditeit en timing wegen zwaarder bij schaarste. Grote orders werken beter in stappen of met limieten. Kleinere orders hebben baat bij inzicht in spread en diepte. De kern: aanhoudende vraag boven de nieuwe uitgifte maakt BTC schaarser en de markt gevoeliger voor grote orders.

