Durfkapitaal keert in 2026 zichtbaar terug naar digitale assets. Investeerders sluiten opnieuw deals met bouwers rond Bitcoin (BTC) en Ethereum (ETH), vooral in de VS en Europa. De combinatie van duidelijkere regels en nieuwe instroom via spot-ETF’s trekt geld aan. Nederlandse en Europese teams profiteren van MiCA-vergunningen en toegang tot grotere markten.
Regelduidelijkheid opent de markt
Investeerders zien minder juridisch risico nu kernregels vorm krijgen. In Europa biedt MiCA één kader voor aanbieders van wallets, exchanges en bewaarpartijen. Dat maakt schaal mogelijk, omdat bedrijven met één vergunning in meerdere landen mogen opereren. Voor fondsen verlaagt dit de drempel om vroeg te investeren in Europese teams.
In Nederland sluiten de AFM en DNB aan op dat Europese kader. Bedrijven weten beter welke eisen gelden voor klantcontrole, reserves en rapportage. Dat scheelt kosten en tijd in de startfase. Voor durfkapitalisten vergroot dat de kans dat een product ook echt de markt haalt.
Ook buiten Europa werkt duidelijkheid door. In de VS creëerden eerdere beslissingen over spot-ETF’s voor Bitcoin een referentiepunt voor institutionele vraag. Samen met Europese vergunningen vormt dit een basis waarop fondsen hun dealflow herstarten.
ETF-stromen voeden dealflow
De lancering van spot-ETF’s voor BTC in de VS in 2024 bracht nieuw kapitaal naar de markt. Dat geld komt niet direct bij startups, maar het verbetert liquiditeit en zichtbaarheid. Investeerders ervaren zo minder marktrisico en durven eerder in infrastructuur te stappen. Voor projecten rond Ethereum en DeFi ontstaat daardoor een gunstiger klimaat.
In Europa bestaan al langer crypto-ETP’s, maar het verschil is de schaal van institutionele adoptie. Europese partijen volgen de Amerikaanse volumes en passen hun beleid aan. Pensioenfondsen en vermogensbeheerders bewegen voorzichtig, wat de basis verbreedt. Dat helpt VC’s om latere financieringsrondes te plannen.
De koppeling met ETF’s is indirect maar belangrijk. Meer stabiele instroom geeft bouwers meer tijd om producten te lanceren. Voor durfkapitalisten vergroot het de kans op vervolgronden zonder hoge verwatering. Zo ontstaat een gezondere financieringsketen dan in de hypejaren.
Focus op infrastructuurbouw
De meeste deals richten zich op basislagen en tooling. Denk aan bewaaroplossingen, compliance-software, en betaalrails voor stablecoins. Ook wallets met betere veiligheid en herstelopties krijgen aandacht. Dat sluit aan bij eisen van toezichthouders en institutionele klanten.
Op Ethereum zorgt de Dencun-upgrade voor lagere kosten op laag-twee netwerken. Dat maakt nieuwe apps rond identity, gaming en micropayments realistischer. VC’s mikken daarbij op teams die kosten beheersen en snel tot omzet komen. Minder op glitter, meer op praktische toepassingen.
Rond Bitcoin zien investeerders kansen in schaaloplossingen en integratie met financiële markten. Denk aan tooling voor bedrijven die BTC op de balans willen of payroll willen testen. Ook beveiliging van custodian-ketens en auditing van reserves staan op de lijst. Het zijn categorieën met duidelijke vraag en betaalbereidheid.
Europa benut MiCA-voorsprong
Met MiCA krijgt Europa één paspoort voor crypto-diensten. Startups kunnen zich in één lidstaat vestigen en daarna uitrollen. Dat verlaagt kosten voor juridische structuren en licenties. Voor Nederlandse teams betekent dit sneller toegang tot Duitsland, Frankrijk en de Nordics.
Banken en fintechs werken vaker samen met crypto-bedrijven onder duidelijke regels. Tokenisatie van obligaties en fondsen schuift zo van pilot naar productie. Voor VC’s ontstaan kruispunten met bestaande betaalwetgeving en PSD2/PSD3. Dat vergroot de kans op integratie in het bestaande financiële systeem.
Toch zijn er verschillen per land in handhaving en overgangstermijnen. Teams moeten hun planning daarop afstemmen. Goed toezicht kan echter ook een concurrentievoordeel zijn. Een schone compliance-lijn maakt latere rondes met institutioneel geld eenvoudiger.
MiCA legt EU-brede regels vast: stablecoin-onderdelen gelden vanaf juni 2024, en het regime voor crypto-dienstverleners (CASP) is van kracht vanaf 30 december 2024. 2026 wordt daarmee het eerste volle jaar waarin veel Europese aanbieders onder één vergunning en paspoort opereren.
Strenger selecteren op omzet
Na de piekjaren letten fondsen scherper op verdienmodellen. Teams moeten aantonen dat klanten betalen vóór grote rondes. Gratis groei zonder omzet is minder aantrekkelijk. Dat drukt waarderingen, maar maakt trajecten duurzamer.
Token-uitgiftes zijn niet langer de standaard-exit. Juridische risico’s vragen om zorgvuldige routes en lock-ups. Veel VC’s combineren nu equity met duidelijke rechten op toekomstige cashflows. Zo worden belangen beter afgestemd op lange termijn.
Voor Nederlandse bouwers betekent dit: eerder klantgesprekken, later marketing. Integraties met accountants, KYC-providers en banken tellen mee. Projecten die in sandbox-omgevingen van toezichthouders kunnen draaien, krijgen pluspunten. De tijd van “build it and they will come” is voorbij.
Risico’s blijven zichtbaar
Markten voor digitale assets blijven volatiel. Een scherpe BTC- of ETH-correctie kan rondes vertragen of herprijzen. Ook liquiditeit voor secundaire aandelen blijft beperkt. Fondsen plannen daarom meer mijlpalen per tranche.
Regelgeving kan verschuiven, zeker bij DeFi en privacytechniek. Europese en nationale regels moeten nog op details worden ingeregeld. Startups doen er goed aan juridische buffers te reserveren. Dat verlaagt de kans op verrassingen midden in een ronde.
Operationeel risico blijft groot bij custody en stablecoins. Fouten in sleutelbeheer of reserves raken direct het vertrouwen. VC’s eisen daarom onafhankelijke audits en incidentresponsplannen. Wie dit op orde heeft, sluit in 2026 sneller een deal.

