De cryptosector telt dit jaar 22 miljoen nieuwe tokens. Dat is een record, terwijl de totale markt juist krimpt. Het gaat vooral om kleine projecten en memecoins op netwerken als Solana, Base en Ethereum. Bitcoin en Ethereum blijven de grootste, maar de aandacht versnipperde richting duizenden nieuwe experimenten.
Recordaantal nieuwe tokens
In 2026 zijn 22 miljoen nieuwe digitale munten en tokens gelanceerd. Het merendeel verscheen niet op grote exchanges, maar op gedecentraliseerde beurzen zoals Uniswap en Raydium. Daar kan iedereen een token starten zonder centrale toestemming. De drempel is laag en de kosten zijn beperkt.
Veel van deze uitgiftes zijn memecoins of testprojecten. Ze zijn vaak gekoppeld aan een thema, grap of internettrend. Slechts een klein deel bouwt aan echte toepassingen. Dat verklaart waarom zo weinig nieuwe tokens doorstoten naar platforms als Bitvavo, Binance of Coinbase.
Een token is een digitaal bezit op een bestaande keten van blokken. Iedereen kan zo’n token aanmaken; er is geen bank of overheidsvergunning voor nodig.
De aanwas maakt de markt onoverzichtelijker. Zoekmachines, wallet-apps en koerssites raken gevuld met inactieve of nauwelijks verhandelbare projecten. Voor gebruikers wordt het lastiger om betrouwbare projecten te vinden.
Markt krimpt ondanks groei
De paradox is duidelijk: er komen veel meer tokens bij, maar de totale marktwaarde daalt. Kapitaal en aandacht worden verdeeld over een steeds langere lijst. Dat drukt volumes en liquiditeit bij kleinere munten.
Bitcoin (BTC) en Ethereum (ETH) houden intussen een groot deel van de waarde vast. Zij hebben de meeste gebruikers, liquiditeit en infrastructuur. Toch voelen ook deze netwerken de nasleep van een rustigere markt, met minder nieuwe investeerders dan in eerdere piekperiodes.
Voor veel nieuwe projecten is het daardoor lastig om volume te trekken. Zonder voldoende kopers en verkopers ontstaat snel sterke prijsschommeling. Dat maakt uitstappen lastig als er iets misgaat.
Tooling maakt uitgifte simpel
Nieuwe tools verlagen de instap verder. Launchpads en “mint”-diensten op Solana en Base zetten binnen minuten een token live. Vaak wordt automatisch een eerste handelspaar aangemaakt in een liquiditeitspool.
Gedecentraliseerde beurzen (DeFi) spelen hierbij een sleutelrol. Slimme contracten regelen het handelen zonder tussenpersoon. Dat is snel en open, maar er is geen centrale partij die kwaliteit vooraf toetst.
Het resultaat is een lawine aan tokens, terwijl slechts een fractie echte waarde bouwt. Projecten met een duidelijk product, team en transparantie blijven schaars. De rest verliest vaak snel activiteit.
Liquiditeit en kwaliteit onder druk
Te veel aanbod drukt de kwaliteit. Veel tokens hebben nauwelijks liquiditeit: er staat te weinig geld in de pool om grotere orders op te vangen. Een kleine verkoop kan dan al een grote daling veroorzaken.
Daarnaast zijn er bekende risico’s zoals rug pulls en “honeypots”. Bij een rug pull trekt de maker plots de liquiditeit weg. Bij een honeypot kun je wel kopen, maar niet verkopen. Zulke patronen komen vaker voor bij haastig gelanceerde projecten.
Ook transparantie schiet tekort. Websites verdwijnen, beloftes worden niet waargemaakt en code is soms niet geaudit. Zonder onafhankelijk onderzoek blijft het lastig om de risico’s te zien.
Nederlandse en EU-context
Europese regels (MiCA) richten zich vooral op stablecoins en uitgevers van grotere tokens. De meeste memecoins vallen daar nu niet onder. Marketing en misleiding kunnen wél onder consumenten- en reclameregels vallen.
Nederlandse beurzen zoals Bitvavo hanteren daarom eigen toelatingscriteria. Zij beoordelen onder meer team, techniek, liquiditeit en juridische status. Veel nieuwe tokens halen die drempel niet en blijven alleen op DeFi-platforms te vinden.
Voor gebruikers betekent dit dat bekende exchanges een eerste filter vormen. Buiten dat filter is de markt vrij, maar ook rauwer. De combinatie van minder marktbreedte en meer aanbod houdt de druk op liquiditeit en kwaliteit hoog.

