Bitcoin (BTC) daalde gisteren plots op grote beurzen als Binance en Coinbase. Ook Nederlandse platforms zoals Bitvavo zagen scherpe schommelingen in euro-paren. De beweging ging samen met meer volatiliteit en het sluiten van posities met hefboom. Beleggers vragen zich af wat dit betekent voor de langere termijn.
Trend intact ondanks schok
Eén dag met een stevige daling zegt op zichzelf weinig over de meerjarige trend. Bitcoin kent vaker grote rode dagen, ook in perioden waarin de prijs op langere termijn stijgt. De markt is jong en reageert snel op orderstromen en liquiditeit. Dat maakt enkele procenten verlies op een dag geen uitzondering.
Het grotere plaatje hangt vooral af van structurele vraag op de spotmarkt, zoals directe aankopen van BTC. Ook speelt het macroklimaat mee, denk aan renteverwachtingen in de VS en Europa. Deze factoren bewegen trager dan intraday handel. Daarom verandert één verkoopgolf het langetermijnverhaal niet automatisch.
Wel is duidelijk dat de markt gevoelig blijft voor snelle schokken. Een snelle daling kan technische niveaus breken en extra verkoop uitlokken. Daarna zoekt de spotmarkt vaak een nieuw evenwicht rond hogere volumes. Dat proces kan uren tot dagen duren.
Derivaten vergroten volatiliteit
Een groot deel van de dagelijkse handel in BTC loopt via futures en perpetuals met hefboom. Bij zulke contracten kan een kleine prijsdaling snel leiden tot margestress. Beurzen sluiten dan automatisch posities die te weinig onderpand hebben. Dat zorgt voor extra verkoopdruk bovenop de normale verkooporders.
Liquidatie: een beurs sluit een hefboompositie automatisch zodra het onderpand te laag is. De positie wordt direct verkocht of gekocht om verdere verliezen te stoppen.
Zo’n kettingreactie maakt de daling sneller en dieper dan de spotmarkt alleen. Daarna neemt de open interest vaak af en wordt de markt rustiger. Het herstel begint meestal op de spotmarkt, waar kooporders zonder hefboom binnenkomen. Pas later trekt de derivatenhandel weer aan.
Voor euro-markten is dit effect soms extra zichtbaar door kleinere orderboeken. EUR-paren hebben minder diepte dan USD-paren op wereldwijde beurzen. Daardoor verschuift de prijs sneller wanneer liquidaties afgaan. Dat vergroot de pieken en dalen in korte tijd.
ETF-stromen sturen spotvraag
Sinds 2024 spelen Amerikaanse spot-ETF’s een grote rol in de vraag naar Bitcoin. Dagelijkse in- en uitstroom in deze fondsen kan prijsbewegingen versterken of juist dempen. Bij uitstroom moeten fondsen BTC verkopen, bij instroom kopen ze in. Dat werkt door op de spotprijs die iedereen ziet.
In Europa handelen beleggers vooral in fysiek gedekte ETP’s op beurzen als Xetra en SIX. Nederlandse beleggers hebben daar via lokale brokers toegang toe, naast directe aankoop van BTC op exchanges. Deze producten vertalen vraag uit Europa naar echte munten in opslag. Zo beïnvloeden ook Europese stromen de spotmarkt.
Rond scherpe dalingen verschuiven ETF- en ETP-stromen soms van dag tot dag. Op stressmomenten kan uitstroom extra druk geven, terwijl instroom juist een bodem helpt vormen. De netto-stromen van de komende dagen laten zien of het evenwicht terugkeert. Dat maakt ze een nuttige graadmeter na een plotselinge correctie.
Liquiditeit dun buiten kantooruren
De diepste orderboeken liggen vaak in de overlap tussen Europa en de VS. Buiten deze uren is de handel dunner, zeker in euro-paren. Grote orders duwen de prijs dan sneller door meerdere niveaus heen. Dat vergroot de kans op snelle spikes omlaag én omhoog.
Voor Nederlandse platforms betekent dit soms wijdere spreads en lagere diepte. Market makers trekken zich in onrustige minuten deels terug. Daardoor wordt de uitvoering van marktorders minder voorspelbaar. Limietorders beperken dat effect, maar worden niet altijd gevuld.
Ook het interne risicobeheer van beurzen kan tijdelijk strenger zijn. Denk aan hogere marge-eisen bij derivaten of kortstondige aanpassingen in maximale hefboom. Zulke maatregelen remmen risico’s maar drukken ook liquiditeit. De markt voelt dat als extra ruis tijdens een daling.
Miners verkopen bij prijsstress
Na de recente halvering ontvangen miners per blok minder nieuwe BTC. Hun inkomsten zijn dus gevoeliger voor prijsschommelingen. Bij een snelle daling kunnen sommige miners reserves verkopen om kosten te dekken. Dit voegt tijdelijk extra aanbod toe aan de markt.
Op langere termijn dwingt de lagere uitgifte tot efficiëntere bedrijfsvoering. Miners met goedkope energie en moderne apparatuur blijven over. Dat maakt het aanbod van nieuwe munten schaarser door de tijd. Schaarste ondersteunt de prijs, maar werkt niet van dag op dag.
Verkoop door miners is vaak cyclisch en relatief beperkt ten opzichte van wereldwijde volumes. Toch kan ze op stressmomenten zichtbaar zijn in de orderboeken. Zeker wanneer liquiditeit al dun is, zoals buiten piekuren. Dan telt ieder extra verkoopblok mee in de prijs.
Impact op Nederlandse beurzen
De correctie laat vooral de operationele risico’s zien, niet alleen de prijsrisico’s. Spreads kunnen oplopen, orders kunnen later of tegen slechtere prijzen uitgevoerd worden. Ook kunnen fees hoger uitvallen bij snelle marktbewegingen. Dit geldt voor internationale én Nederlandse platforms.
Toezichthouders zoals de AFM wijzen al langer op de volatiliteit van digitale assets. Een daling zoals gisteren onderstreept die waarschuwing in de praktijk. De combinatie van hefboom, dunne orderboeken en paniekverkoop vergroot uitslagen. Dat maakt BTC handelbaar maar ook risicovol op korte termijn.
De komende dagen liggen de blikvelden op spotvolumes, derivatenpositie’s en ETF-stromen. Als die normaliseren, ebt de schok vaak weg en keert liquiditeit terug. Blijven ze gespannen, dan kan de markt langer onrustig blijven. Voor nu is het verhaal vooral: veel ruis, beperkte gevolgen voor de lange termijn.

